• Het staat welhaast in stenen tafels gebeiteld dat wedstrijden tussen Vroomshoopse Boys en Enter Vooruit aan weerszijden afgewerkt worden in een energieke werkmansstijl. Ook de match van afgelopen zaterdag zal nou niet meteen een prominente vermelding krijgen in de geschiedenisboeken, maar aan motivatie bij zowel blauw-geel als ook zwart wit, geen gebrek. Toen de noeste arbeidslieden de warme douches opzochten was het kwartje naar Enters voordeel gevallen, 1-2.
    De omstandigheden op het Vroomshoopse sportpark De Bosrand nodigden nou ook niet bepaald uit voor een sprankelende en oogstrelende partij voetbal. Geen toeschouwers aan de zijlijn, dan wel op de tribune, een gestaag vallende miezerregen en een loodzwaar veld waren de ingrediënten waarmee de acteurs het moesten doen. Dat belette overigens de thuisclub niet om maar eens voortvarend aan het zaterdagse karwei te beginnen. De equipe van coach Jan Peter Jonkman daverde uit de startblokken. Binnen een kwartier hadden de jeugdige Levi Aitink en routinier Jos Hutten de blauwhemden al naar euforie kunnen knallen, maar de Enterse doelwachter Teun Nijhof bleek wederom een betrouwbare portier op de doellijn. Daar kwam nog meer miserie bij voor de Vroomshopers, want spits Sil Derks moest al rap, na een ongelukkige botsing per brancard de arena verlaten. Vervolgens luwde de aanvalsstorm op De Bosrand en kwam de partij in rustiger vaarwater. Wel veel passie en strijd aan beide zijden, weinig verheffende momenten in de zone van de waarheid. Het openingsdoelpunt kwam dan ook onverwacht uit het loodgrijze hemeldek vallen. Henri Knol stuurde met een scheermespass Job Voortman (die toevallig toch die kant op moest) door de verdedigingsgordel der thuisclub en via Boys-goalie René Kok zette de Enterse rechterspits het scorebord in werking, 0-1. Nog vóór de pauze kreeg Vroomshoop een nieuwe “rechtse directe” vol op de kin, toen Wout Velten de knikker in eerste instantie niet vol op z’n pantoffel nam, maar kompaan Henri Knol het speeltuig wél op de juiste merites beoordeelde. En dus zat E.V. wat geflatteerd met een 0-2 voorsprong in het schaftlokaal, waar een goed leidende arbiter Semith Kiremit beide ploegen een kwartier lang tijd gaf om eens in alle rust van gedachten te wisselen.
    Na herbegin hadden de troepen van E.V.’s voorman Jan Willem van Holland de zaak binnen vijf minuten in een beslissende plooi kunnen leggen, maar Wout Velten en Henri Knol lieten zich 18-karaats mogelijkheden door keeper Kok ontfutselen. Toen een paar minuten verderop Thomas Kleinjan aan de overkant het ronde projectiel, na een scherpe hoekschop van Léon Dogger wel in het Enterse kot mikte, lag de strijd weer helemaal open. Het werd een afpeigerende match waarin beide ploegen met overgave streden voor elke morzel grond. Oók in beide dug-outs gingen de decibellen de hoogte in en steeg de hartslag bij sommige lieden naar angstwekkende hoogte. Naarmate het einde van de 90 voetbalminuten naderde en de vermoeidheidsgraad ook mee begon te spelen, werd het voor Enter Vooruit steeds meer een kwestie van tegenhouden. Maar de tenoren van het zaterdagse oratorium stonden bij E.V. deze middag vooral in het doel en in de defensie, want zwart en wit gaf, óók in de slotfase bitter weinig kansen weg. Enter Vooruit was zaterdagmiddag wederom anderhalf uur lang een kabinet van gelijkgestemden en dus was er aan het eind van het verhaal een kamerbrede glimlach te ontwaren op het aangezicht van kapitein van Holland. De trainer-coach roemde bij thuiskomst in Enter vooral de ‘geweldige teamprestatie” van zijn moegestreden manschappen en kon, met wellicht een voetballoze “Corona-periode” op komst, van zaterdag op zondag op twee oren slapen.