De vervuiling

de vervuiling

Ik zag de de mensen zitten, stralend in de zon
een sigaretje in hun hand.
En toen alleen het peukje nog een filtertje was,
vloog het hopla aan de kant.

Ik zag een vrijwilliger, lopend in de regen
een grijptang in zijn hand
En toen greep hij dat filtertje, wat eens een peukje was
en ging het hopla in zijn mand

Ik zie ons sportpark, waar de bladeren al vallen
’t is de tijd van het jaar
de peuken nog liggen, echt overal
niet hier en daar

Waarom toch,  heeft de vervuiling
op ons sportpark vrij baan
bedenk dat een filtertje van een peukje
altijd zal blijven liggen, nooit zal vergaan

Daarom EV’ers,   spreek elkander aan
Als je weer eens een peukje
hopla naar de grond ziet gaan !

 

 

Het moest er eens van komen, aandacht voor de vele peuken die wekelijks van de grond moeten worden geraapt.   Als je op de maandagmorgen ons mooie Sportpark betreedt zie je pas werkelijk welk een vies gezicht dit is om overal, echt overal, die peuken te zien liggen.  Ja, ik heb gemakkelijk praten, heb het roken afgezworen en tot op heden met succes.   En ik misgun echt niemand een sigaret, heb er zelf dus ook meerdere in brand gestoken, maar doof ze in de daarvoor aanwezige asbakken en trap ze niet uit op de grond om ze daarna weg te schuiven. Ik weet dat er verenigingen zijn die het roken op hun sportpark helemaal verbieden, wat mij betreft hoeft het bij EV (nog) niet zo ver te komen, echt niet, maar geef het bestuur geen gemakkelijk handvat om er over na te denken.

Pieter van den Hoeven